SIRE-video triggert feministen

“Jongens moeten jongens kunnen zijn,” zo stelt SIRE in haar meest recente spotje. Bepaald geen spectaculaire uitspraak, zou je denken. Jongens moeten zichzelf kunnen zijn. Klinkt als een open deur. Ongeveer net zo schokkend als “meisjes moeten meisjes kunnen zijn.”
Je moet wel een heel erg patriarchale, misogyne zak hooi zijn als je daar bezwaar tegen hebt. Als je roept dat het grote maatschappelijke problemen gaat veroorzaken als we toestaan dat meisjes zichzelf zijn, en dat we om die reden de vrouwelijke aard beter kunnen onderdrukken. Nederlandse feministen zouden, terecht, furieus in opstand komen tegen dergelijke Talibanpraat.

En aangezien feminisme gelijkheid van man en vrouw nastreeft, is het volkomen logisch en consistent dat Nederlandse feministen het net zo walgelijk vinden als dit soort dingen over jongens zouden worden gezegd.

Maar ja. Feministen. Logica en consistentie.

Zeggen dat we moeten accepteren dat jongens jongens zijn, deze boodschap blijkt voor veel feministen een aanleiding om hysterisch gillend het internet op te zoeken om te verklaren hoe seksistisch het is. Storend, oubollig en schadelijk. Dat het de “trend van Trump en Baudet” volgt, die, zoals iedereen met een Volkskrant-abonnement weet, seksueel geweld tegen vrouwen helemaal prima vinden.

Even opdat we de context niet uit het oog verliezen onder het aanhoudende geloei van de feministische seksismesirenes, dit is, wat uitgebreider, het punt dat SIRE probeert te maken:
“Een groot deel van de jongens leert door dingen te ontdekken en te proberen. We moeten ze hierin niet teveel beknotten.”

Hou deze boodschap, waar geen zinnig mens tegen kan zijn, even in gedachten. Want Nederlandse feministen, zo moet u weten, leven in een parallel universum, en in dat paralelle universum heeft SIRE óók een spotje uitgebracht, alleen dit spotje heeft een radicaal andere boodschap dan het spotje in ons universum.
Om de verschillen tussen onze universa te illustreren volgt hier een bloemlezing van enkele, laten we het maar deuterocanonieke versies noemen van de boodschap van SIRE, zoals die bij elkaar gehallucineerd zijn door de open inrichting van de Nederlandse feministische Twitterbubbel:

Alleen jongens mogen hutten bouwen, meisjes moeten we hiervan buitensluiten.” (NB: deze mevrouw is docent. Wordt betaald om kinderen dingen uit te leggen.)
“Jongens houden van hutten bouwen en dingen in brand steken, zo zijn ze allemaal, geen enkele uitgezonderd.” (NB: deze meneer ook.)
“We moeten het niet accepteren wanneer jongens niét over de hei willen rennen en hutten willen bouwen. Alléén deze manier van spelen is toegestaan.” (NB: deze mevrouw haalt de NOS met deze vrije interpretatie.)
“Jongens die meer beweging nodig hebben, moeten daarin gefaciliteerd worden. Meisjes die meer beweging nodig hebben niet, want meisjes zijn niet belangrijk.” (NB: Opzij legt u even uit waarom meisjes hier toch weer de échte slachtoffers zijn.)
Alléén dit type jongens moeten de ruimte krijgen zich te ontplooien, alle andere kinderen niet.” (NB: ja, uiteraard laat Asha van zich horen.)
“Alleen jongens voelen ooit behoefte om in bomen te klimmen. Meisjes nooit.” (NB: deze mevrouw is orthopedagoog. Universitair opgeleid. Snapt een simpel SIRE-spotje niet.)
“Jongens moeten stoer en mannelijk zijn, ze mogen niet zacht en lief zijn.” (NB: Gelooft niet in biologie, heeft desondanks een universitaire titel. In de sociologie kan dat, net als in de theologie. En om vergelijkbare redenen.)
“Laten we terugkeren naar de rollenpatronen van de jaren 50, vrouwen horen achter het aanrecht.” (NB: ik verzin dit niet, klik de link als je me niet gelooft.)

Hoe doorgeslagen deze reacties ook zijn, en hoe zeer je ook geneigd kunt zijn deze van elke realiteitszin gespeende eruptie van massahysterie op het conto te schrijven van de bezuinigingen op de GGZ van het kabinet Rutte II, het is eigenlijk niet heel gek dat we dit zien.
Het is een logisch gevolg van de combinatie van enerzijds een politiek correcte ijdelheidscultuur waar opiniemakers over elkaar buitelen om zo frequent mogelijk hun eigen morele Goedheid te etaleren, en anderszijds de korte aandachtsspanne van de gemiddelde internetgebruiker, waardoor maar weinigen de moeite nemen om een spotje van een minuut eerst met een rationele, open blik te bekijken alvorens gillend in de #ophef-modus te schieten.
Want waarom zou je zélf kritisch nadenken, dingen onderzoeken en een eigen mening vormen, als je veel makkelijker en veiliger al je medefeministen op je hand kunt krijgen door heel hard “seksisme!” te brullen?

Vrij logisch dus, wat we hier zien.

Waarom jongensspel verkrachting is. Of zoiets.

Je zou dit soort malle reacties in eerste instantie koddig kunnen vinden, ware het niet dat er vaak een meer sinistere manier van denken aan ten grondslag ligt.
De bovenstaande voorbeelden zijn namelijk nog maar de mildere reacties uit feministische hoek. Reacties die je nog kunt verklaren als intellectuele luiheid en een obsessie om als Goed Mens te boek te staan. Andere reacties maken echter de overstap van dom en hysterisch naar abject en naargeestig. Eén van deze voorbeelden lazen we enkele dagen terug in de Trouw, van de pen (of het toetsenbord, whatever) van columnist Phaedra Werkhoven.

Dus bij deze een closeread. Kom er maar in, Phaedra:

Het spotje van Sire over ravottende jongens is ronduit beledigend

Hoppa, Phaedra laat er in de titel al geen gras over groeien. Het spotje is beledigend. Nu gaat het spotje natuurlijk alleen over jongens, dus je zou denken dat alleen jongens mogelijk beledigd kunnen worden hierdoor.
Maar nee. Phaedra krijgt het voor elkaar om zélf persoonlijk beledigd te zijn. Waarom?
Na tientallen keren deze column gelezen te hebben geef ik het op. Ik heb geen idee hoe Phaedra dit op zichzelf weet te betrekken en er in slaagt beledigd te zijn.

Maar goed, we lezen verder (en ja, ik heb Phaedra’s woorden inderdaad heel genderbevestigend roze gemaakt. Gewoon. Omdat het kan):

Na de uitzending van ‘RTL Summer Night’, waar ik te gast ben om, wat mij op het hart gedrukt werd, niet té stevig in debat te gaan met de directeur van Sire, grijpt een jonge blonde vrouw mijn hand. “Oh, ik ben zo blij met wat jij zei, dat je ertegen inging, die achterlijke Sire-spotjes.”

Phaedra wil hier toch even laten vallen dat ze te horen kreeg niet ál te hard het debat in te gaan. Want het moet voor ons lezers duidelijk zijn dat ze dan natuurlijk wel even de vloer had aangeveegd met die witconservatieve SIRE-baas en zijn mannelijke privilege. Dat we dat wel even weten.
Het blijft vreemd, de hoge dunk die deze mensen van zichzelf hebben. In volle ernst surrealistische absurditeiten uitkramen als “mannen leren van jongs af aan om vrouwen te haten” en dan denken dat je je staande zou kunnen houden in een open debat met iemand die wél in de realiteit leeft.

Ze pakt nu ongeveer mijn arm beet en kijkt me met haar lichtblauwe ogen ontzet aan.

Ze pakt “ongeveer” Phaedra’s arm beet? Wat moet ik me daarbij voorstellen? Ze deed een wilde graai naar Phaedra’s arm, en miste?
Jaja, OK, ik ben aan het muggenziften. Irrelevant dit. Terug naar de inhoud:

“Woest was ik vanochtend toen ik dat filmpje zag”, gaat ze verder. “En dat belachelijke ‘broekie’ wat je kunt winnen, voor jongens, zodat ze zich durven vuilmaken.” Ze trekt een grimas en ze doet er een stemmetje bij. Haar hoofd schudt een beetje heen en weer zoals Amerikaanse vrouwen wel deden in de Oprah Winfrey-show als ze superverontwaardigd waren.

Geen idee hoe dat eruit ziet. Maar Phaedra weet met creatieve vergelijkingen een leuk verhaal te breien, dat moet ik haar nageven. Ik ben benieuwd wanneer de roman uitkomt.

Zelf was ik ook lichtelijk geïrriteerd door de spotjes, die mijns inziens inderdaad de plank misslaan, want als het punt was dat jongens lekker door de velden renden of in een eenzame boom op de hei klommen, dan zouden wij als ouders toch wel lachend achteroverleunen. De meeste gezinnen wonen niet op de hei, maar in een stad of dorp waar helemaal geen bal te doen is voor jongeren. Wat hen noopt tot heel ander gedrag waar ik als ouder buikpijn van krijg.

En wat voor gedrag is dat dan zoal? Phaedra is hier niet erg specifiek, maar ze lijkt het in ieder geval als een vanzelfsprekendheid te zien dat de aandrang die jongens op het platteland hebben om hutten te bouwen en fikkie te stoken, in de stad lijdt tot onwenselijk gedrag.
Gaat dit over hangjongeren? Dat zou natuurlijk kunnen, maar is in hoeverre is het wangedrag van hangjongeren een gevolg van een natuurlijke drive om te ontdekken en dingen uit te proberen? Zou dat niet juist een gevolg kunnen zijn van het onderdrukken en frustreren van die drive door ons moderne, voor stilzittende brave Hendrikjes ontworpen onderwijs? Zouden deze jongens hun inwendige onrust niet op een veel constructievere wijze kunnen kanaliseren als wij, als maatschappij, hen daarvoor de mogelijkheid zouden bieden, in plaats van hen vergeefs ons idealistische idee op te dringen van hoe een kind hoort te zijn?
Is dit niet gewoon het gevolg van precies dat probleem dat het SIRE-spotje hier op probeert te lossen?

Gewoon, een paar overwegingen om in het achterhoofd te houden.

‘Boys will be boys’

De blonde langharige dame laat me niet gaan. “Boys will be boys, wat een onzin. Zo slecht dat we onze jongens van kleins af aan leren dat het prima is om stoer buiten fikkies te stoken in de natuur, in plaats van om over hun gevoel te praten. En als ze later meisjes verkrachten zeggen we dan: ‘Ach, boys will be boys’ hè?”

Damn. Wauw. Oké.
In twee zinnen gaan we van fikkie steken naar verkrachting. Dit is letterlijk het argument hier. Als we nu goedvinden dat jongens fikkie steken in de natuur, worden ze straks verkrachters.

En we leren meer nieuwe, interessante maatschappelijke inzichten van de blonde, blauwogige mevrouw in de RTL-studio. Want ondanks de legioenen aan pedagogen en kinderpsychologen in dit land die niets anders doen dan dat, praten we met jongens nog altijd te weinig over hun gevoel. Dat ten eerste.

Maar ten tweede: we leven in een maatschappij waarin verkrachting als een normaal onderdeel van het man-zijn wordt gezien. Als er in Nederland een vrouw of meisje wordt verkracht door een man, halen alle andere mannen hun schouders op en zeggen ze: “ach, boys will be boys. Dat hoort er nu eenmaal bij. Niet te zwaar aan tillen.”
Dit is namelijk een accurate beschrijving van hoe wij, in de Nederlandse maatschappij, denken en met elkaar omgaan.
Het is absoluut niet zo dat verkrachters zo intens gehaat worden in onze cultuur dat zelfs andere zware criminelen ze als het absolute schuim der aarde beschouwen.
Welnee.
Verkrachting, wie maalt daar nou om in Nederland anno 2017, niemand toch, afgezien van feministen?

Met andere woorden, de blonde, blauwogige mevrouw vliegt gierend uit de bocht hier. Indien iemand ongeveer mijn arm vast zou houden, zou weigeren me te laten gaan en dan dit soort wartaal uit zou slaan, dan zou ik me ongemakkelijk gaan voelen. Ik zou proberen om haar met wat gezond verstand tot bedaren te brengen. Ik zou iets zeggen als:

“Mevrouw, u zult het goed bedoelen, maar het beeld van de Nederlandse maatschappij, zoals zojuist door u geschetst, vertoont op geen enkele wijze ook maar de geringste gelijkenis met de Nederlandse maatschappij zoals die in de feitelijke realiteit bestaat.
Niemand zegt “boys will be boys” als een man iemand verkracht.
Indien u mensen dit hoort zeggen, dan hoort u stemmen die er niet zijn. Daar moeten we, als maatschappij, u niet om veroordelen of stigmatiseren. Het menselijk brein kan een grillig orgaan zijn, maar daar zijn goede medicijnen voor. Zullen we uw huisarts bellen? Die weet vast raad!”

Dat zou ik zeggen. Maar goed, ik ben dan ook maar een witpatriarchale cishet-man. Ik weet niet beter.

Eens kijken wat Phaedra zegt:

Ja, ze heeft wel een punt, er wordt juist al veel vergoelijkt, als het gaat om zogenaamd mannengedrag. Tja, had het meisje maar geen kort rokje aan moeten doen, dan vraag je erom, want: Boys will be boys. Nee dus, dat is niet wat we met onze jongens willen.

Tja. Dat is dus funest. Als je iemand tegenkomt die in dezelfde hallucinatoire schijnwerkelijkheid leeft als jijzelf, zodat je elkaar kunt bevestigen in je wanen. Dan kom je er natuurlijk nooit meer uit. Al kan dat ook een succesformule zijn.

Maar zonder dollen nu, Phaedra stelt hier dus gewoon even keihard dat het idee dat deze SIRE-campagne uitdraagt, “we moeten jongens jongens laten zijn,” hetzelfde idee is dat verkondigd wordt door de fictieve mannen uit haar fantasieën wanneer een vrouw wordt verkracht: “ach, jongens moeten jongens zijn.”

Met andere woorden, wanneer Phaedra “typisch jongensgedrag” hoort denkt zij “verkrachting.”

Dit is het punt waar deze column ophoudt met grappig zijn en oprecht naargeestig begint te worden. Want hoe diep moet je mannen haten en wantrouwen, wil dat je eerste associatie zijn bij het woord “jongensgedrag?” Of zelfs je tiende associatie?
Natuurlijk, haat is niet het juiste woord. Het is eerder angst. Paranoia. De neiging om “de man” en mannelijke seksualiteit als van nature bedreigend en gewelddadig te beschouwen. Om mannen collectief verantwoordelijk te houden voor seksueel geweld, waarmee “man” en “verkrachter” automatisch synoniemen worden.
Een denkwijze die voortdurend wordt bevestigd door feministische fopwetenschappers, die, gehoorzaam aan de dogma’s van de feministische theorie, alle maatschappelijke fenomenen interpreteren als het gevolg van mannelijke agressie tegen vrouwen. Dit leidt tot een immer groeiende angst jegens de boze buitenwereld, die, volgens deze luchtfietsers, een “verkrachtingscultuur” is. Het is niet heel gek dat vrouwen dan irrationele angsten ontwikkelen voor mannelijk geweld.

Stel je eens voor, dat je oprecht gelooft dat mannen van nature verkrachters zijn. Dat jongens alleen niet opgroeien tot verkrachters wanneer je ze actief afleert om te verkrachten.
Dan is de boodschap “laat jongens jongens zijn” inderdaad een hele bedreigende, één die, koste wat kost, buiten de deur moet worden gehouden. Dan zijn de vijandige reacties op deze onschuldige boodschap opeens best begrijpelijk.

Dat mag dan de heftige reactie van Phaedra op deze SIRE-campagne verklaren, maar laten we nu eens het perspectief van onze feministen verlaten en dit eens bekijken vanuit het perspectief van de jongens over wie deze discussie gaat. Laten we het eens hebben over destructief, sinister gedachtegoed waarmee je ongekende schade zou kunnen aanrichten wanneer je het als leidraad aan zou houden in het opvoeden van jongens. Hoe zou je, als opvoeder, een jongen nu eens goed psychologisch kunnen verruïneren?
Nou, ik denk dat de stelling “we moeten jongens geen jongens laten zijn, want ‘jongen zijn’ is synoniem aan ‘verkrachter zijn’” je een aanzienlijk eind op weg helpt, als dat het idee is waarop je je opvoedmethodes baseert.

Oh, en even terzijde: Phaedra gaf even eerder aan dat ze zelf ouder is. Ben ik de enige die op dit punt van ganser harte hoopt dat ze uitsluitend dochters heeft?
Ik bedoel, ik heb als kind ook wel eens wat uitgehaald, en kreeg dan ook op mijn donder van mijn moeder. En terecht. Dat hoort erbij. Daar leerde ik van.
Maar het idee dat je eigen moeder je, vanwege een paar jongensstreken, zou zien als een verkrachter in de dop, daar word ik toch wel een beetje stil van. Dat is géén gezonde basis voor een jongen om op te groeien tot een evenwichtig, verantwoordelijk, zichzelf respecterend persoon. Zacht gezegd.

Mijn twitter-timeline ontplofte van mensen die zich allemaal erg druk maakten om deze nogal grote Sire-komkommer. Gebriest en gescholden werd er. Dat de man sowieso in crisis is, dat vrouwen zoveel beter scoren overal. Over de hokjes waarin ze onze kinderen plaatsen. Dat meisjes toch ook moeten kunnen klimmen.

Ja, dat is overduidelijk dezelfde feministische Twitter-bubbel waar we het eerder over hadden. Allemaal elkaar napapegaaiende mensen die hysterisch reageren op een boodschap die SIRE uberhaupt nooit heeft uitgedragen.

Maar dat is gewoon allemaal niet waar het om draait. Ouders, opvoeders en iedereen die met jongeren te maken heeft, staan voor een enorme uitdaging. Hoe krijgen we ze als ontwikkelde, niet digi-verslaafde, zelfstandige individuen groot? Hoe verstikken we ze niet met alle verwachtingen van ouders en maatschappij? Hoe houden we ze gemotiveerd om aan de slag te gaan? Dat begint met liefde en vertrouwen thuis, met grenzen in de opvoeding, met praten, met het loslaten van jongen-meisje-denken, met onderwijs wat beter op hen aansluit, met ze leren dat niet alles altijd leuk hoeft te zijn, met ze laten zijn wie ze willen zijn en dan maar hopen dat ze er het beste van maken. Maar het begint niet met een onrealistisch jarenvijftigspotje waarin we jongens zien ravotten op de hei. Dat heb ik namelijk ronduit als een belediging opgevat.

We moeten jongens laten zijn wie ze zijn.

Zucht.

Fantastisch, Phaedra. Je hebt zojuist het punt van SIRE herhaald, het punt waar je zelf net een column lang tegen hebt lopen fulmineren, omdat typisch jongensgedrag, “boys will be boys,” volgens jou tot verkrachting leidt. Je column is één groot betoog om jongens vooral NIET te laten zijn wie ze zijn.

Als we dit stukje echter wat aandachtiger lezen, zien we dat Phaedra’s zogenaamd bevlogen en empathische verlangen naar meer “liefde en vertrouwen” voor jongens slechts een verkapte oproep is om jongensgedrag juist nog veel harder te demoniseren en problematiseren.
Want wat Phaedra hier laat zien is precies de manier van denken waardoor jongens buiten de boot vallen in onze maatschappij: het geloven in een genderneutrale one-size-fits-all oplossing over “hoe we kinderen moeten opvoeden” en het is dezelfde oplossing die we al decennia proberen: Grenzen in de opvoeding. Praten. Het loslaten van het jongen-meisje denken.
Praten? Je wordt al helemaal sufgeluld als kind tegenwoordig. En grenzen zijn nu juist het probleem, want jongens moeten af en toe zich kunnen uitleven. Dat is het PUNT. Het. Werkt. Niet.

Maar voor ik SIRE ga herhalen, laten we het hebben over het loslaten van het “jongen-meisje denken.” Want dat is wat dit probleem heeft gecreëerd.
Als je dogmatisch weigert te accepteren dat er aangeboren verschillen zijn tussen jongens en meisjes, kun je het ook niet verklaren wanneer je “genderneutrale” opvoedmethodes (grenzen stellen, veel praten over je gevoelens, stilzitten) voor meisjes beter blijken te werken dan voor jongens. De oorzaak, verschillen tussen de seksen, valt dan namelijk buiten je ideologische kokervisie.
Dus zul je geneigd zijn het probleem bij jongens zelf te leggen. Dan accepteer je “jongensgedrag” als “fikkie stoken in de natuur” niet, want het fundament van je ideologie is dat “jongen-meisje denken” onnatuurlijk en schadelijk is. En dit gedrag is een uitdrukking daarvan. Gedrag dat tot verkrachting leidt, zoals Phaedra hier zelfs betoogt. Dat moet jongens dus worden afgeleerd.
En voilá, we zijn aangeland bij het probleem dat SIRE aan de kaak stelt: er wordt van jongens niet geaccepteerd dat ze jongens zijn. Dat is waar het “loslaten van het jongen-meisje denken” namelijk per definitie op neerkomt.

Feminisme. Het past niet meer in deze tijd.

Kortom, een bizarre, onwerkelijke column waaruit een zorgelijk seksistisch beeld over mannen en jongens naar voren komt. Wat dus precies de reden is waarom we niet naar mensen als Phaedra moeten luisteren als het gaat om advies over het opvoeden van jongens. Want als je uitgangspunt is dat “typisch jongensgedrag” als fikkie stoken een opmaat naar verkrachting is, ben je niet geschikt om jongens op te voeden. Klaar.
Ik raad Phaedra aan wat meer met mannen te praten. Met echte mannen. Dus niet met “mannen” in de betekenis van de afschrikwekkende, andromorfe fantasiewezens die de pagina’s bevolken van de tekstboeken van de feministische theorie. Die massaal “boys will be boys” zeggen als vrouwen verkracht worden. Deze “mannen” zijn fictieve wezens, net als orks. Ze bestaan niet echt. Ze zijn verzonnen.

Dit alles toont aan hoe noodzakelijk deze oproep van SIRE is. Want het feit dat “jongens moeten jongens kunnen zijn” vandaag de dag een controversiele boodschap is, wijst op een zeer diep geworteld, anti-mannelijk seksisme in onze samenleving die al onze alarmbellen zou moeten laten rinkelen. Dat zoveel docenten en pedagogen zo rabiaat reageren op de boodschap van SIRE (denk aan de twitterreacties van eerder) is meer dan wat dan ook bewijs dat, juist bij de mensen die sleutelposities innemen als onderwijzers en hulpverleners, er inderdáád geen enkel begrip is voor jongensgedrag. Het mag namelijk niet bestaan van hun feministische genderideologie.
Deze mensen hebben zichzelf op ontstellende wijze ontmaskerd en SIRE’s punt beter bevestigd dan SIRE zelf ooit had kunnen doen. Well played, SIRE. Well played.

Feministen probeerden aan te tonen dat de boodschap van SIRE niet van deze tijd is. Maar als je de vileine, misandrische ondertonen van hun emotionele uitbarstingen ziet, is een veel belangrijker les die we hieruit kunnen trekken juist dat het huidige feministische denken zélf schadelijk en problematisch is en een mens- en maatschappijbeeld vertegenwoordigt waar we, als maatschappij, beter afscheid van kunnen nemen.

Zou je dit blog met anderen willen delen?

2 comments

  1. Uitstekend betoog. Precies mijn gedachten. Ik ben onder de indruk over de formulering. Alleen dat “verruwinering” doet afbreuk aan het betoog (verruïnering).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *